Leden

Bestuur

Frans Terryn – voorzitter

foto Frans Terryn

Ik ben al met haiku vertrouwd van in de vroege jaren zeventig, maar ik begon mij pas op het schrijven van haiku’s toe te leggen vanaf april 1999. Op aansporing van mijn schaakvriend Willy Cuvelier werd ik toen lid van De Fluweelboom en later, op aandringen van Marcel Smets, van Haikukern Brabant en van de Latijnse haikukring Harundine. Momenteel ben ik voorzitter van De Fluweelboom en van Harundine.

Bij een glaasje wijn
drinkt een man de avond op,
alleen met de maan.

Guy Vanden Broeck – secretaris

Guy 2013

Ik leerde voor het eerst haiku kennen in 1978 via Vliegers over de ellende van Luc Versteylen, een dagboek van zijn reis naar Haïti. Ik sloot me begin jaren negentig aan bij De Fluweelboom, waarvoor ik ook het secretariaat doe. Ik heb in 2004 voor mijn eigen plezier en dat van mijn vrienden in eigen beheer het bundeltje Klimmen op een grassprietje uitgegeven.

Het heeft gesneeuwd –
pootje voor pootje waadt hij
naar zijn liefste boom.

Jean-Marie Werrebrouck – verslaggever, webmaster en penningmeester

Jean-Marie

Taal is me altijd blijven intrigeren. Na een eerste kennismaking met haiku tijdens een opleiding Literaire Creatie, kwam ik pas echt in contact met deze dichtvorm toen ik in 2000 lid werd van De Fluweelboom. Het lidmaatschap is een extra drijfveer om regelmatig haiku’s te produceren, die op tweemaandelijkse vergaderingen onder vrienden worden gewikt en gewogen. Het is een uitdaging om momenten te vangen in een drieregelig vers en een stimulans om dieper te graven in de Japanse cultuur. Op rondreis door het land van de rijzende zon zocht en vond ik zo de begraafplaats van Matsuo Basho, de grootmeester, wiens leven en werk ook voor mij een bron van inspiratie is gebleven.

Gelapte schoenen
aan ouwe trouwe voeten,
meer waard dan nieuwe.

Leden

Willy Callens

Willy Callens

Een jarenlange interesse voor poëzie mondde uit in een voorliefde voor haiku, deze ‘kolibrie onder de bestaande dichtvormen’, zoals Kees Fens ze zo mooi noemt. Na een wedstrijd uitgeschreven door De Fluweelboom wilde ik mij aansluiten bij deze haikukring. Een jaar lang leerde ik als aspirant-lid mijn haiku’s bijschaven tijdens de tweemaandelijkse gemoedelijke bijeenkomsten.
Nu als volwaardig lid ben ik steeds weer benieuwd naar het literair driegangenmenu van mijn medehaikuïsten.

de rijzende zon
tovert ’s winters de mussen
tot roodborstjes om

Willy Cuvelier

fotoWCuvelier

Gepensioneerd. Getrouwd en vader van drie dochters. Mijn acht kleinkinderen schenken me veel vreugde en inspiratie voor mijn gedichten. Ik kwam in 1994 in contact met haiku door een artikel van Paul Berkenman in De Standaard. Nog hetzelfde jaar nam ik een abonnement op Vuursteen en sloot mij aan bij de haikukern De Fluweelboom. Ik ben alle leden dankbaar voor de vriendschappelijke sfeer en voor de hulp die ik kreeg en nog krijg bij het mij eigen maken van het genre.

Ze staan er nog,
streepjes op opa’s deurlijst –
hoe we groeiden

Ilka De Bisschop

Ilka op boek

Dat ik ooit schrijver wilde worden, verkondig ik al van voor ik goed en wel het alfabet kon uitspellen. Dat ik in die tijd met hetzelfde enthousiasme ook carrières plande als dierenarts, biologe, documentairemaakster, astronaut, archeoloog en noem maar op, heeft niet kunnen verhinderen dat ik toch altijd ben blijven schrijven. Haiku’s – dat fantastische, speelse, pretentieloze maar o zo subiele genre – leerde ik kennen in het derde middelbaar dankzij een inspirerende leraar, Herman Janssens, die me vijftien jaar later ook zou uitnodigen om lid te worden van De Fluweelboom. Intussen heb ik ook twee romans uitgebracht, Er is tenminste koffie in 2012 en Ik weet waar je woont ligt sinds kort in de winkels.

als de wind opsteekt
roert de gehurkte reiger
slechts zijn spiegelbeeld

Hubert De Splenter

Foto Hubert

Haiku leerde ik kennen door Bart Mesotten, langs een krantenartikel in oktober 1982. Ik werd onmiddellijk lid van ‘Haikoe-centrum Vlaanderen’ en publiceerde in Vuursteen vanaf 1983. Ik werkte ook mee aan verscheidene boeken, tijdschriften en dichtbundels. Ik heb enkele haikuprijzen gewonnen in België en Japan. Ik ben medestichter van de haikukern De Fluweelboom, waarvan ik secretaris werd in oktober 1989. Ik mocht voorzitter zijn van 2001 tot 2007.

Die slimmerd alweer:
leerstof weglaten noemt hij
eenvoudiger zijn.

Magda De Valck

IMG_1165

Via de Japanse krijgskunsten kwam ik in contact met Japan. In 1976 ontmoetten we een koor uit Kanazawa, zusterstad van Gent . De belangstelling voor Japan was geboren. Tijdens een eerste reis in 1978 werden mijn man en ik diep gegrepen door het land en zijn rijke cultuur. In 1995 maakten we met de Vlaamse bonsaivereniging een tweede reis.
In 1982 namen we een abonnement op Vuursteen en werden we lid van Haikoe-centrum Vlaanderen. Sindsdien is haiku niet meer weg geweest uit ons leven. Mijn man begon haiku te schrijven . Samen bezochten we de haikoe-dag Vlaanderen in Wilrijk en in 1996 werd hij lid van De Fluweelboom. Toen mijn man Maurice De Clerck, op 11 februari 2013 stierf heeft het schrijven van haiku mij sterk geholpen zijn dood te verwerken.
Mijn aanvraag om op mijn beurt lid te worden van De Fluweelboom werd in april 2013 positief onthaald.

zijn bosviooltjes
bloeiend onder een pak sneeuw
rechten hun hoofdjes

Janke de Vries

foto

Sinds mijn jeugd schrijf ik graag. Sinds enkele jaren ben ik geïnteresseerd in het schrijven van haiku’s. Die (van oorsprong Japanse ) dichtvorm is klein maar fijn. Bij ‘De Fluweelboom’  komt een fijne groep mensen samen, van wie velen de kunst een goede haiku te schrijven subliem beheersen. Ik prijs mij gelukkig daar deel van te mogen zijn.

Midden in de nacht
met de maan op hun vleugels –
de bommenwerpers.

Leo Dumon

foto Leo Dumon2

Haiku schrijven is voor mij steeds een moment van stil worden, het verbinden met een groter geheel en van daaruit het moment op een poëtische wijze weergeven binnen de vorm die een haiku vraagt. De bijeenkomsten van De Fluweelboom zijn voor mij steeds intense momenten van uitwisseling. Veel meer ambitie dan een paar keer een ‘goede’ haiku schrijven heb ik daarbij niet. Het genot van een mooie haiku van mijn vrienden-haikuschrijvers te degusteren, raad ik iedereen aan.

Op de eikenboom
onderzoekt de boomklever
het oude hart.

Gerda Galicia

GerdaGalicia

Schrijven in mijn dagboek, doe ik al zolang ik me herinner. Af en toe pleegde ik zelfs kleine gedichtjes en korte verhalen. Toen ik in 2000 definitief naar De Panne verhuisde, vond ik in de BiB een schat aan dichtbundels, waaronder ook het haikuboek ‘Een jonge maan’, een openbaring voor mij. Lange wandelingen langs de vloedlijn resulteerden in een schriftje vol probeersels. Als lid van De Fluweelboom leer ik zeer veel van de medeleden tijdens onze tweemaandelijkse samenkomsten.

grijswitte stippen
op het pasgelakte strand
roerloze vogels

Herman Janssens

_DSC1632

Het klinkt ongeloofwaardig maar tijdens mijn studie Germaanse (1971-’74) werd er over de haiku niet gerept. Mijn eerste kennismaking ermee verliep via handboeken Nederlands voor de derde graad. Nog later tikte ik een paar werken van Bart Mesotten op de kop, maar het is toch pas sinds mijn introductie bij De Fluweelboom via mijn vriend Roland Leune dat ik zelf aan het schrijven van deze Japanse dichtvorm ‘van één ademhaling’ ben toegekomen. Het is leuk meegenomen dat ik daar in een fijne sfeer heel wat kan opsteken van een schare kenners en bevlogen haikuschrijvers. Als ik er zelf af en toe in slaag om in een dichte vorm een vleugje ontroering los te weken bij de lezer(es), ben ik een tevreden man.

op hoge benen
staat het paard diep te peinzen-
een ezel kijkt toe

Roland Leune

FotoRolandLeune

Via Jean-Marie Werrebrouck kwam ik het bestaan te weten van De Fluweelboom. Zo vernam ik hoe diepgaand er daar gediscussieerd en nagedacht wordt over de haiku’s die door de leden tweemaandelijks worden ingezonden. Het was voor mij dan ook een hele eer als lid te worden voorgedragen. Daar haiku een heel andere schrijfstijl vergt dan de aforismen en filosofische teksten die ik tot dan toe had neergepend, vormde het schrijven ervan een hele uitdaging. Die ben ik niet uit de weg gegaan, gelukkig maar, niet alleen heb ik haiku’s meer leren waarderen, maar tevens is het lidmaatschap een bron van waardevolle contacten gebleken.

Avondschemering
twee merels zingen om beurt-
duet en duel.

Régine Lievens

IMG_1435

Haiku’s leerde ik toevallig kennen toen ik een boekje in mijn handen kreeg met als titel Oogwenken van J. Van Tooren. Ik was onder de indruk van hoe de dichteres met zo weinig woorden zo’n krachtige poëzie kon weergeven. Een tijdje later vond ik een contactadres van ‘Haikoe-centrum Vlaanderen’. In 1995 nam ik contact op met de haikukern De Fluweelboom in West-Vlaanderen en sindsdien ben ik lid van deze vereniging gebleven. In 2007 reisde ik naar Japan om onder andere ook de sfeer van haiku en senryu nog beter te kunnen begrijpen.

supportersgejoel
op het slagveld spelen soldaten
de match van hun leven

Christine Stalpaert

 

Advertenties

Een reactie op Leden

  1. Pingback: Fluweelbomers op de Boekenbeurs | De Fluweelboom

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s